De Wet DBA na het SourceSummit

Op 3 november jl. vond het SourceSummit Wet DBA plaats in Leusden. De aanwezigen waren in grote getale enthousiast. Een aantal van hen heeft in vervolg op het seminar een vraag voorgelegd . Deze vragen wil ik hierna graag beantwoorden. Ik heb daarmee gewacht omdat zich sinds het SourceSummit een aantal belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de Wet DBA heeft voorgedaan. Meer in het bijzonder betreft het de volgende ontwikkelingen.

Ontwikkelingen sinds het SourceSummit

Op 18 november jl. heeft Staatssecretaris Wiebes de Tweede Voortgangsrapportage DBA en het eindrapport van de commissie-Boot naar de Tweede Kamer gestuurd. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat Wiebes een aantal aanbevelingen van de commissie-Boot wel heeft overgenomen en een aantal aanbevelingen niet. De overgenomen aanbevelingen zijn de volgende.
  1. De handhaving van de Wet DBA wordt opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2018 ten aanzien van opdrachtgevers en opdrachtnemers die niet kwaadwillend zijn. De Wet DBA zelf is niet opgeschort.
  2. Er komt een beleidsbesluit waarin wordt aangegeven wanneer gebruikmaking van een modelovereenkomst niet nodig is, wat de criteria zijn voor het vooraf en achteraf toetsen van voorgelegde overeenkomsten en hoe de Belastingdienst de Wet DBA zal handhaven. Dit beleidsbesluit is voorzien voor het eerste kwartaal van 2017.
  3. De Belastingdienst zal een bijsluiter ontwikkelen die als een toelichting bij de modelovereenkomsten gevoegd zal worden.
  4. Het gebruik van de algemene modelovereenkomsten zal heroverwogen worden.
  5. Alleen bij fraude of evidente afwijking van de overeenkomst van opdracht zal worden nageheven.
De commissie-Boot heeft een aantal criteria ontwikkeld om te beoordelen of sprake is van een dienstbetrekking. Deze criteria zullen niet worden gehanteerd door de Belastingdienst, maar zullen worden meegenomen in een onderzoek naar de begrippen "gezagsverhouding" en "vrije vervanging". Het is de bedoeling dat dit onderzoek zal zijn afgerond direct na de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2017, zodat hierover een besluit kan worden genomen bij de kabinetsformatie. Persoonlijk verwacht ik niet dat dit onderzoek grote wijzigingen in de arbeidswetgeving teweeg zal brengen.

Overigens was de commissie-Boot bepaald kritisch over de mathematische benadering van de Belastingdienst van het begrip arbeidsovereenkomst (arbeid + loon + gezag = arbeidsovereenkomst). De commissie maakt duidelijk dat niet strookt met de jurisprudentie van de Hoge Raad. De Belastingdienst heeft geen verweer op deze kritiek van de commissie-Boot. Hier liggen kansen voor opdrachtgevers die meer zekerheid wensen te verkrijgen dan het gebruik van modelovereenkomsten kunnen bieden. Die zekerheid kan verkregen worden via een beschikking geen verzekeringsplicht. Een dergelijke beschikking biedt evenveel zekerheid als een geldige VAR. Het is - net zoals de VAR - geen 100%-zekerheid, maar daar nog dichterbij komen is niet mogelijk.

Het begrip "kwaadwillend"

Er is veel verwarring geweest over het begrip "kwaadwillend". De thans geldende omschrijving is opgenomen in het Handboek Loonheffingen en luidt als volgt:
"U bent kwaadwillend als u opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast)."

Wil men iets meer zekerheid, dan is het mijn advies om de Belastingdienst te vragen om een schriftelijke bevestiging dat men niet kwaadwillend is. De Belastingdienst is verplicht om inhoudelijk te reageren op zo'n verzoek.

Deze omschrijving is niet duidelijk. Bijvoorbeeld, zijn het behalen van een oneigenlijk financieel voordeel en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantasten noodzakelijke voorwaarden om als kwaadwillend te worden aangemerkt of hoeft dat niet omdat dit deel van de omschrijving tussen haakjes staat? Indien uitgegaan moet worden van de tweede mogelijkheid, dan is al sprake van kwaadwillendheid indien iemand weet of had kunnen weten dat sprake is van een dienstbetrekking. De praktijk tast op dit moment hierover in het duister. Het wekt daarom geen verbazing dat de maatregelen van Staatssecretaris Wiebes de onzekerheid in de markt niet hebben terug gedrongen. Wil men iets meer zekerheid, dan is het mijn advies om de Belastingdienst te vragen om een schriftelijke bevestiging dat men niet kwaadwillend is. De Belastingdienst is verplicht om inhoudelijk te reageren op zo'n verzoek.

Het debat in de Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft op 8 december jl. gedebatteerd over de uitvoering van de Wet DBA. Het resultaat van dit debat is dat de Tweede Kamer een drietal moties heeft aangenomen. Deze moties roepen de Regering op om per direct te gaan handhaven bij evident kwaadwillenden en de resultaten daarvan uiterlijk op 1 februari a.s. te delen met de Tweede Kamer. Uit de moties blijkt voorts dat de Tweede Kamer wil dat de criteria die de commissie-Boot heeft ontwikkeld voor werknemerschap en ondernemerschap, worden gebruikt bij de handhaving. Daarmee is kennisname van deze criteria toch van belang geworden, ondanks de wil van Wiebes om deze vooralsnog niet tot beleid te verheffen.

De discussies rond de wet DBA zijn nu even in een wat rustiger vaarwater terecht gekomen, maar ongetwijfeld laait de discussie op korte termijn weer op. Meer duidelijkheid is hopelijk te verwachten via het aangekondigde beleidsbesluit.

Vragen naar aanleiding van het SourceSummit

In het bovenstaande is al een aantal vragen beantwoord. Over de resterende vragen merk ik het volgende op.
Één van de vragen naar aanleiding van het Summit was of de Belastingdienst beleidsmaker is geworden. Het antwoord is dat de Belastingdienst altijd al een beleidsmaker is geweest, waarbij het beleid dan wordt uitgevaardigd door de Staatssecretaris van Financiën. Een belastingplichtige mag erop vertrouwen dat de inspecteurs zich houden aan dit beleid.

Een andere vraag was of er risico's zijn verbonden aan het aanbieden van een arbeidsovereenkomst aan een zzp'er indien zijn opdracht afloopt en niet verlengd kan worden. Daar zijn risico's aan verbonden in die zin dat een zzp'er zou kunnen claimen dat hij in feite al eerder een arbeidsovereenkomst had. Echter, dat werkt waarschijnlijk niet verder terug dan tot 1 mei 2016, aangenomen dat hij tot die datum een geldige VAR-wuo had.

Voor opdrachten in het buitenland geldt de Wet DBA niet als de opdrachtgever geen inhoudingsplichtige voor de Nederlandse loonbelasting en sociale premies is. Voor de opdrachtnemer die in Nederland woont, blijft de Wet DBA wel gelden. In het buitenland geldt het Nederlandse arbeidsrecht ook niet, tenzij partijen dit overeenkomen.

Een vraag was of het verplicht is om vanaf 1 mei 2017 voor elke opdracht een modelovereenkomst te gebruiken. Dat is niet het geval. Wel is het zo dat het zeer aanbevelenswaardig is om iedere opdracht schriftelijk in een overeenkomst van opdracht vast te leggen om misverstanden achteraf te voorkomen. Dat heeft niets met de Wet DBA te maken, maar was altijd al zo.

De modelovereenkomst van tussenkomst kan niet ongewijzigd worden gebruikt worden voor aanneming van werk. Bij tussenkomst proberen partijen de fictieve dienstbetrekking in tussenkomst-situaties te voorkomen, bij aanneming van werk speelt daarnaast ook de fictieve dienstbetrekking van aanneming van werk.

De discussies rond de wet DBA zijn nu even in een wat rustiger vaarwater terecht gekomen, maar ongetwijfeld laait de discussie op korte termijn weer op.

De doorbetaaldloonregeling is puur een fiscale faciliteit. Deze heeft geen arbeidsrechtelijke gevolgen, alleen al niet vanwege de omstandigheid dat men geen arbeidsovereenkomst met een BV als werknemer kan sluiten. De doorbetaaldloonregeling heeft als voordeel dat hij zekerheid geeft over de fiscale risico's. Er ligt een beschikking van de Belastingdienst aan ten grondslag. Dat biedt duidelijkheid. Nadeel is wel dat er premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn, hoewel dat nadeel niet door iedereen hetzelfde zal worden gewogen. Voor zzp'ers met lagere omzetten is de doorbetaaldloonregeling geen interessante optie omdat zij hun ondernemersfaciliteiten verliezen.

Verhaal op de zzp'er van loonbelasting en premies volksverzekeringen is mogelijk. Dat geldt ook voor de belastingrente. Of een eventuele boete te verhalen valt, is twijfelachtig. Het is van belang om het verhaalsrecht goed contractueel vast te leggen. De premies werknemersverzekeringen en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet mogen niet worden verhaald op de zzp'er. De hoogte van deze premies en bijdrage is een percentage van het loon c.q. factuurbedrag, waarbij wel een maximum geldt dat jaarlijks wordt bijgesteld.


Source is als initiatiefnemer en lid van de Bovib goed op de hoogte van wetswijzigingen en maatregelen rondom de Wet DBA. Onze kennis en ervaring delen we graag. Via onderstaand formulier horen we graag wat voor u nog
onduidelijk is rondom de Wet DBA en modelovereekomst. Wij geven u graag een persoonlijk advies.
Laat nu uw vraag en contactgegevens achter en u krijgt zo spoedig mogelijk een reactie!

Source helpt u graag!
Beschrijf hier uw situatie en het vraagstuk rondom de Wet DBA

Add Your Comment

Comments powered by LudwigDisqus for ModX