Column SourceSummit

Uitgesproken: donderdag 3 november 2016

Ik ben een liefhebber van geschiedenis. Aangezien wij vandaag stilstaan bij de arbeidsrelaties van nu en de toekomst, wil ik dit moment grijpen om dat thema in historisch perspectief te plaatsen. Ik was aanvankelijk van plan u mee te nemen naar de crisisperiode van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Maar wie de lessen van de geschiedenis optimaal wil benutten, moet natuurlijk nog verder terug. Een paar decennia is niets vergeleken bij een paar eeuwen. Maar waarom zou je daar ophouden? Waarom niet een paar millennia terug?

En dus kwam ik uit bij een van de oudste historische teksten die wij bezitten: het boek der boeken, de bijbel.

Daarin hoef je niet ver te bladeren om de allereerste arbeidsrelatie uit de geschiedenis te vinden. Die staat gewoon opgetekend in het boek Genesis, hoofdstuk 29.

Of u de bijbel nu goed kent of helemaal niet, elk van u zal gehoord hebben van de figuur Jakob. Jakob, de latere aartsvader, treffen wij in dit hoofdstuk aan als een jonge starter, klaar voor een lange carrière op de Kanaänitische arbeidsmarkt. Wat moet u als HR-professional weten van Jakob? Welnu zijn naam betekent zoiets als hielenlichter. Wie die naam goed tot zich laat doordringen, is entering a world of pain. Baby’s die de naam Hielenlichter krijgen – daarvan weten ervaren recruiters dat ze geen zorgzame ouders hebben gekend, geen vrolijke jeugd hebben gehad en een lage eigenwaarde genieten. Jakob was geen high potential, dus. Nochtans kwam Jakob uit een bemiddeld geslacht: zijn opa, Abraham staat luttele hoofdstukken eerder te boek als ‘zeer rijk in vee, in zilver en in goud’. Al was Jakob als jongste zoon gedoemd om het leeuwendeel van die erfenis mis te lopen, toch was hij verre van kansarm. Dat dankt hij aan een kwaliteit, die hij bezat. Hij wás namelijk een hielenlichter.
Die kwaliteit in hem wordt zichtbaar als zijn stokoude en stekeblinde vader Izaäk zijn oudste zoon Esau wil zegenen. Jakob doet zich stiekem voor als zijn grote broer – zijn vader ziet toch niets meer! –, en ontfutselt hem zo op lage wijze de zegen én het recht op het gros van de erfenis. Daarna licht Jakob de hielen en vlucht naar Boven-Mesopotamië, waar hij zijn oom, Laban ontmoet. Daar wordt Jakob ook tot over zijn oren verliefd op zijn eigen nichtje Rachel. Laban, de vader van Rachel, ziet dat gebeuren en maakt handig gebruik van de hormonen van Jakob. Dat blijkt uit de passage waarin het voor doorgewinterde p&o-mensen interessant wordt. Hier komt namelijk Jakobs eerste arbeidsrelatie tot stand. Uit Genesis 29, in de Willibrordvertaling:

Daarna zei Laban tegen Jakob: ‘Al ben je familie van mij, daarom hoef je nog niet voor niets bij mij te werken. Laat maar horen wat je wilt verdienen.’
Nu had Laban twee dochters: de oudste heette Lea, de jongste Rachel.
Lea had fletse ogen, Rachel was welgevormd en mooi, zodat Jakob verliefd was op Rachel. Daarom stelde hij voor: ‘Ik blijf zeven jaar bij u werken voor uw jongste dochter Rachel.’
Laban zei: ‘Ik geef haar liever aan jou dan aan iemand anders; blijf dus maar bij mij.’
Zo kwam het dat Jakob zeven jaar werkte om Rachel te krijgen. Die jaren leken hem maar enkele dagen; zoveel hield hij van haar.
Na de zeven jaren zei Jakob tegen Laban: ‘Geef me mijn vrouw, want mijn tijd is om en ik wil met haar samenleven.’
Daarop nodigde Laban alle burgers van de stad uit en richtte een feestmaal aan.
’s Avonds echter bracht hij zijn dochter Lea bij Jakob, en hij had gemeenschap met haar.
Laban schonk zijn slavin Zilpa aan zijn dochter Lea als slavin.
De volgende ochtend zag Jakob dat het Lea was. Hij zei tegen Laban: ‘Wat hebt u nu met mij uitgehaald? Ik heb toch gewerkt om Rachel te krijgen? Waarom hebt u mij bedrogen?’
Laban antwoordde: ‘Het is bij ons geen gewoonte de jongste uit te huwelijken vóór de oudste.
Breng dus eerst met haar de bruiloftsweek door; de andere kun je ook krijgen, als je nog eens zeven jaar bij mij wilt werken.’
Dat deed Jakob; hij bracht met Lea de bruiloftsweek door, en Laban gaf hem zijn dochter Rachel als vrouw.
Laban schonk zijn slavin Bilha aan Rachel.
Jakob had ook gemeenschap met Rachel; hij hield meer van haar dan van Lea. Zo werkte hij nog eens zeven jaar bij Laban.

Laban – wat in het Hebreeuws ‘wit’ betekent – wordt de eerste opdrachtgever van Jakob. Maar werkte Jakob zwart? Daarvoor moeten eerst de hamvraag beantwoorden: Is hier sprake van ’s werelds eerste loondienstverband of ’s werelds eerste overeenkomst van opdracht?
Laten we dus evalueren hoe de Mesopotamische fiscus naar deze betrekking zou hebben gekeken:
  • Jakob levert arbeid, en krijgt daarvoor loon.
  • Laban komt in deze passage over als een manipulatief baasje. Zijn griezelige opmerking ‘Blijf dus maar bij mij’ kunnen we nemen als een teken van zijn gezag over Jakob.
  • Dus luidt de vraag: Was Jakob vrijelijk vervangbaar? Gezien zijn loon – zeven jaar werken voor de prijs van één vrouw en één slavin toe – moeten we concluderen dat Jakob onvervangbaar was.
Gezag, arbeid en loon: Jakob was dus een schijnzelfstandige. Voeg daaraan toe dat Laban Jakob als opdrachtgever gewetenloos uitbuit, door zijn afspraken niet na te komen en door hem dubbel zo veel werk te laten leveren. Jakob was schrijnend geval, zouden sommige politici tegenwoordig zeggen
Voordat u denkt – als rijkeluiszoontjes al zo behandeld worden, hoe verschrikkelijk moet het leven dan voor de Mesopotamische postbestellers uit het tweede millennium voor Christus geweest zijn? – maak ik de volgende kanttekeningen: Jakob had boter op zijn hoofd. Het was Jakob die zelf een termijn van zeven jaar voorstelde. Het was Jakob die belabberd onderhandelde over zijn arbeidsvoorwaarden. Het mocht dan wel Laban zijn, die zijn belofte als opdrachtgever brak op grond van het gewoonterecht, maar Jakob nam niet eens de moeite om zijn oom tegen te spreken. De ironische boodschap van dit verhaal is: Laban deed alleen maar wat je met een hielenlichter dient te doen: ‘m Pootje haken.
Uiteindelijk liep het min of meer goed af met Jakob. Hij kreeg twaalf zonen, wist het bij te leggen met zijn broer Esau, en werd ook rijk, welvarender dan zijn oom Laban, en kreeg ‘runderen, ezels en schapen, slaven en slavinnen’ in bezit.


Nu zult u zich misschien afvragen: Wat moet ik met dit ongevraagde zondagsschoolverhaal? Dat mag u zelf bepalen. Ik wil u de volgende vragen ter overweging meegeven:

  • Wat is waardevoller in het leven: een gigantische erfenis of het vermogen om voor jezelf op te komen?
  • Bevinden schrijnende gevallen zich altijd in een uitzichtloze situatie?
  • Was het leven van Jakob – of zelfs het verhaal over het leven van Jakob – er beter op geworden als een toezichthoudend overheidsorgaan zijn rol had uitgeoefend?

Add Your Comment

Comments powered by LudwigDisqus for ModX